nieuws

'Zorgaanbieder draagt dubbele pet bij keukentafelgesprek'

05-10-2016

bron: ANBO

Een zorgaanbieder die zowel onderzoek doet naar de hulpvraag als het aantal uren huishoudelijke hulp vaststelt, draagt een dubbele pet. Dat schrijven Wmo-advocaat Mathijs Vermaat (van der Woude de Graaf Advocaten) en ANBO-beleidsadviseur Liesbeth Boerwinkel in een ingezonden stuk op Zorgvisie.nl. Boerwinkel en Vermaat stelden eerder de ‘Spelregels Wmo Onderzoek’ op. Zij beschrijven hierin dertig juridisch onderbouwde normen waar de gemeente zich aan moet houden. Te beginnen bij het binnenkomen van de ondersteuningsaanvraag, tot en met de toekenning van ondersteuning uit de Wmo.

Lees hier de integrale tekst:

'Zorgaanbieder draagt dubbele pet bij keukentafelgesprek'

Gekker kan het niet worden, vinden sommige Wmo-cliënten: ‘Kwam nota bene mijn eigen hulp me vertellen dat ik minder uur huishoudelijke hulp krijg’. Een medewerkster van een thuiszorginstelling die zelf bij de cliënt komt beoordelen hoeveel hulp diezelfde instelling gaat leveren. Mag dit binnen de wettelijke kaders en wat zegt de rechter hierover?

Mandateren

De Wmo biedt gemeenten de mogelijkheid het vaststellen van recht op hulp over te laten aan zorgaanbieders. In juridisch jargon heet dit 'mandateren'. Zowel het onderzoek naar iemands persoonlijke situatie als het besluit over de hulpaanvraag vallen daaronder. Een thuiszorgaanbieder mag het keukentafelgesprek voeren, zelfs als dit dezelfde organisatie is die de huishoudelijke hulp levert. Maar hoe zit het met het vaststellen van de omvang van de huishoudelijke hulp?

Rechters

Enkele rechters hebben daar een uitspraak over gedaan. Rechtbank Amsterdam bepaalde begin april dat alleen het bestuursorgaan, de gemeente, rechten en plichten van de cliënt mag vaststellen. Eind juli stelde Rechtbank Oost Brabant dat dit ook geldt voor de hoeveelheid hulp en de kwaliteit daarvan. De zorgaanbieder mag dit niet zelf bepalen. Het lijkt wel of de rechter hier de voorkeur geeft aan toepassing van een ander artikel uit de Wmo. Daarin staat namelijk dat de uitvoering van de Wmo aan derden overgelaten mag worden, behalve het vaststellen van rechten en plichten. Het komt wel verwarrend over hoe beide artikelen zich tot elkaar verhouden.

Prestatiecontract

Veel gemeenten sluiten een prestatiecontract met een of meer zorgaanbieders af waarin is afgesproken te bezuinigen. De zorgaanbieder vertaalt dit vaak één op één naar de cliënt. Veel senioren horen dan ook tijdens het onderzoek dat ‘de gemeente nu eenmaal moet bezuinigen’. De zorgaanbieder kan bij het Wmo-onderzoek een merkwaardig eigen belang hebben: niet om méér zorg dan nodig te verlenen maar mínder zorg. Waar voorheen tot 2015 onder de AWBZ sprake kon zijn van ‘upcoding’ door het CIZ zou je hier kunnen spreken van ‘undercoding’: minder zorg dan nodig. De meeste cliënten berusten in hun korting op huishoudelijke hulp. Slechts een handjevol wint zelf juridisch advies in.

Fair play

Een bestuursorgaan zoals de gemeente moet zich naast de Wmo ook aan de Algemene wet bestuursrecht (Awb) houden. Die wet zegt dat vooringenomenheid en beïnvloeding van persoonlijke belangen verboden zijn, het zogenoemde ‘fair play’-beginsel. Een zorgaanbieder die van tevoren de uitkomst van het Wmo-onderzoek al meedeelt, wekt op zijn minst de indruk vooringenomen te zijn. Een zorgaanbieder kan diverse belangen hebben bij een bepaalde uitkomst van zo’n onderzoek. Dat vergroot de kans dat dit onderzoek niet objectief wordt uitgevoerd.

Zorgprofessional

Toch zou het te ver gaan om te stellen dat zorgaanbieders het Wmo-onderzoek niet mogen verrichten. Een zorgprofessional heeft immers het voordeel dat hij goed de fysieke en mentale situatie van de cliënt kan inschatten. Hij heeft immers veel kennis en ervaring. Het is dan ook niets voor niets dat een gemeente de gesprekken uitbesteedt. Maar een zorgaanbieder moet zich wel houden aan de grenzen van zijn mandaat en de grenzen van de Abw. Zeker als de zorgaanbieder het onderzoek uitvoert bij eigen cliënten.

Oplossingen

Binnen de bestaande regelgeving zijn wel degelijk oplossingen te bedenken. Degene die het onderzoek doet, geeft vooraf expliciet aan welke pet hij op heeft. Dus niet: de pet van zorgaanbieder die ondersteuning biedt, maar de pet van onderzoeker en besluitnemer in naam van de gemeente. De cliënt moet tijdig kunnen aangeven of hij liever het gesprek met een andere medewerker van zijn thuiszorgorganisatie of zelfs van een andere organisatie wil voeren. Daarnaast zou de gemeente bij het overdragen van de onderzoekstaak objectiviteit moeten eisen van de zorgaanbieder. Er mag dus geen sprake zijn van vooringenomenheid en beïnvloeding door persoonlijke- of organisatorische belangen. In de jaarlijkse evaluatieonderzoeken over de Wmo, die wettelijk verplicht zijn, neemt de gemeente de ervaringen van de cliënt hierover mee. Wanneer een zorgaanbieder zich schuldig maakt aan vooringenomenheid en beïnvloeding kan de cliënt niet alleen daarover klagen, maar ook bezwaar maken en in beroep gaan als hij het met de uitkomst niet eens is.

Meer van Sociaalweb

Themadossier: "Keukentafelgesprek"

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over het sociaal domein. Abonneer op onze gratis nieuwsbrief.

Abonneer