Gemeenten hebben hun nieuwe taken in het sociaal domein inmiddels redelijk op orde. Tegelijk ervaren zij de vormgeving van de breedte van hun takenpakket óók als een worsteling. Dit blijkt uit een onderzoek van de adviesraden Rob en Rfv naar de decentralisaties en de werking van de lokale democratie.

De Raad voor het openbaar bestuur (Rob) en Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv) presenteren de eerste waarnemingen van twintig gemeenten in het e-zine ‘Gemeenten in 3D’. Het gelijknamig volgproject kijkt naar de lokale effecten van de overdracht van zorg, jeugd- en hulptaken aan gemeenten na de .
Lange-termijn-perspectief
Op basis van een uitgebreide consultatie constateren de twee Adviesraden een grote mate van betrokkenheid bij en verantwoordelijkheid voor de invulling van nieuwe taken bij de twintig gemeenten die zij meerjarig volgen.
Alle lokaal betrokkenen streven naar een gezamenlijk perspectief, wat niet eenvoudig is bij de gigantische stelselwijziging waar het om gaat. Veel gemeenten melden dat zij tot dusverre vooral hebben ingezet op zorgcontinuïteit en dat nu meer ruimte ontstaat om het sociaal domein vanuit een lange-termijn-perspectief vorm te geven.
Eerste waarnemingen
De eerste waarnemingen van de adviesraden gaan vooral over:
De opstelling van gemeenteraden
Kennis en controle over het beleid
De afstand tussen burger en bestuur, zorgvrager en -verlener neemt af
De behoefte aan ruimte en tijd voor het ontwikkelen van de lokale verzorgingsstaat
Nut en noodzaak van regionale samenwerking
Afzonderlijke budgetten beperken integraal beleid en lokaal maatwerk
De Raden onderzoeken de decentralisaties op suggestie van de Eerste Kamer en op verzoek van de minister van BZK. De Rob en Rfv hebben afgelopen periode de decentralisaties vanuit drie invalshoeken bekeken. Volgende maand verschijnt een rapport over de toekomstige bekostiging van het sociaal domein.
Eerste waarnemingen in het e-zine: Gemeenten in 3-D (Rob, Rfv, mei 2017)
