Moeten we het vermogen hoger vaststellen als bepaalde vermogensbestanddelen meer waard worden?

Vraag

Moeten we het vermogen hoger vaststellen als bepaalde vermogensbestanddelen meer waard worden?

Antwoord

In het algemeen geldt dat als vermogen stijgt, de waardestijging wordt betrokken bij het vermogen. Het kan gaan om goederen, bijvoorbeeld de waarde van een woning (ECLI:NL:CRVB:2011:BP1421), maar ook om aandelen of obligaties die tijdens de uitkering in waarde stijgen (koerswinst). Koerswinst wordt in aanmerking genomen als vermogen. Betrokkene moet de zogenaamde ‘contante waarde’ opvragen bij de financiële instelling (ECLI:NL:CRVB:2002:AE7159). Een latere waardedaling van effecten heeft geen invloed (ECLI:NL:CRVB:2005:AT6676).

Bij leaseaandelen ligt dit anders, omdat het leasecontract een vaste looptijd heeft en meestal niet gemakkelijk tussentijds beëindigd kan worden. Kan het contract beëindigd worden, dan merk je dit aan als vermogen. Komt het vermogen daarmee boven het vrij te laten vermogen, dan moet de uitkering worden beëindigd. Ligt de contante waarde onder het vrij te laten vermogen, dan hoeven de aandelen/obligaties niet te gelde worden gemaakt. De waarde van aandelen of obligaties wordt jaarlijks vastgesteld aan de hand van een opgave van de waarde.

Datum: 22 september 2017