wetten

Kamervragen: over de signalen dat meeverhuizen naar een verpleeghuis niet altijd mogelijk is

07-02-2018

VVD-Kamerlid Hermans stelt vragen over de mogelijkheid tot meeverhuizen van partners bij opname in verpleeghuizen. Aanleiding hiervoor is een artikel van Geenstijl, waarin wordt gesteld dat het meeverhuizen van de partner in de praktijk vaak niet mogelijk is, terwijl dit volgens de wet wel verplicht is.(1)

In de Wet langdurige zorg (Wlz) wordt duidelijk gesteld dat een echtpaar recht heeft om samen te blijven wonen als één van de partners wordt opgenomen in een zorginstelling. Dat zou er dus toe moeten leiden dat zorginstellingen woningen beschikbaar stellen voor niet-zorgbehoevenden, beter bekend als niet-geïndiceerde partner. Geenstijl constateert echter dat zorginstellingen, ongeacht dit recht, niét verplicht zijn om deze alternatieve woonruimten aan te bieden, en concluderen dat er in de praktijk een chronisch tekort is aan woningen voor niet-geïndiceerde partners.(2)

Kamerlid Hermans vraagt na bij minister De Jonge (VWS) in hoeverre deze conclusie gerechtvaardigd is. De minister stelt dat het niet mogelijk is om na te gaan hoe vaak een partner niet kan worden geplaatst, aangezien deze gegevens niet worden geïndiceerd. Hij geeft echter wel aan dat deze personen zich kunnen melden bij het zorgkantoor, dat een inspanningsverplichting heeft.

Het Zorginstituut beschikt echter wel over gegevens: zij geven aan dat van de 1952 geregistreerde indicaties voor partneropname er ca. 400 om uiteenlopende redenen niet vervuld konden worden.

Zie hier de kamervragen en -antwoorden.

(1) "He ouwelui, ga eens even dood", Geenstijl

(2) ibidem