blogs

Zo komt er van inburgering (n)iets terecht

11-09-2017

dr. Christa Nieuwboer

Wat kan je, als je een taal op A2-niveau beheerst? Dat is namelijk het eindniveau van inburgering in Nederland. Je bent dan een basisgebruiker. Je kunt vragen begrijpen die over je gezin en je wijk gaan, boodschappen doen en de kern begrijpen van eenvoudige, korte teksten. Je kunt voorspelbare informatie vinden in bijvoorbeeld menu’s en advertenties. Je vertelt wat over jezelf, je familie, je woning en je alledaagse bezigheden. Een reactie in een praatje op straat lukt ook nog wel, hoewel je nog niet in staat bent om zelfstandig een gesprek gaande te houden. Een korte notitie of bedankkaartje, veel meer moet je niet verwachten van het schrijven.

Kortom, je kunt zinnen en woorden begrijpen en gebruiken die van direct persoonlijk belang zijn. Ikzelf ben met een paar jaar Frans op de middelbare school nog niet zo ver gekomen. Ik kan in Frankrijk een croissantje bestellen. Genoeg om er op vakantie te gaan, niet voldoende om er te wonen.

In veel landen is de taal op school een andere dan thuis. Daarvoor hoef je niet ver te reizen: ook in Limburg en Friesland worden kinderen soms pas op school geconfronteerd met het Algemeen Beschaafd Nederlands. Dat hoeft geen probleem te zijn. Kinderen zijn enorm flexibel en zij zullen vrijwel altijd zeer vaardig worden om zich in het Nederlands uit te drukken. Toch zeggen zij vaak dat ze hun diepste zielenroerselen het beste in hun eerste taal of dialect kunnen uitdrukken. Verder weg: lessen in burgerschap en morele ontwikkeling worden in Singapore, waar de officiële taal Engels is, in de plaatselijke dialecten gegeven. Want alleen dan kan een leerproces plaatsvinden.

Het is onmogelijk om over waarden en normen te spreken in een taal die je op A2-niveau beheerst. Maatschappelijke participatie begint wel met taal, maar daarmee ben je er nog lang niet. Inburgering zou immers ook moeten gaan over democratisch bewustzijn, medezeggenschap, mondigheid, reflectie over verschillende waarden, verantwoordelijkheid, nationale feestdagen, meervoudige loyaliteit, opvoeden in een dubbele context, interculturele communicatie, omgaan met diversiteit. Het gaat over diep gevoelde dilemma’s in een mensenleven. Het gaat over ontworteld zijn en een nieuw bestaan opbouwen. In de inburgeringsles leer je alleen maar hoe Nederland in elkaar zit. Er is geen dialoog, geen belangstelling voor waar je vandaan komt en welke spanningen je ervaart met de manier waarop je zelf bent opgegroeid. Je kunt over Nederland leren, maar je leert geen Nederlander te worden. Als het lukt haal je je toetsen, maar je bent geen stap verder gekomen in je integratie. En zo komt er van inburgering niets terecht.

Het kan anders. Er bestaan lesmethoden, waarmee je de taal op een sociale manier kunt leren, in de context, met oog voor je niveau en vanuit de inhoud. Met respect voor alle levenservaring die je al meeneemt. Laten we niet vergeten dat taal een middel is om te communiceren. Maar waar communiceer je over? Wat heb je nodig in je dagelijks leven? Gezondheid, opvoeding, sociale omgang? Dan vormt dát de basis van de lesstof. Het Nederlands wordt gebruikt voor alle oefeningen om actief te kunnen deelnemen aan de samenleving: een gesprek met de huisarts, met de leerkracht van je kind, gebruik maken van het openbaar vervoer, de voorzieningen in de wijk kennen. De eigen taal wordt gebruikt om ervaringen uit te wisselen over het leven in een onbekende cultuur, om oplossingen te genereren, rolmodellen te introduceren en om te confronteren. Als de spanningen die voortkomen uit het leven in een onbekende samenleving niet worden benoemd en aangepakt, is het logisch dat je je terugtrekt in een bekende groep, met segregatie tot gevolg.

Momenteel is er in inburgeringsonderwijs geen oog voor het leerproces waar inburgeringsplichtigen voor staan. Er zijn einddoelen geformuleerd die juist afleiden van wat het meest relevant en urgent is, niet alleen voor de migrant, maar voor de hele samenleving. We zijn állen gebaat bij een veel beter inburgeringsonderwijs. Laten we het opnieuw ontwerpen met alle pedagogische kennis die we hebben.