blogs

Wijkteams: 'Schiet mij maar lek'

24-02-2015

'De titel bleek het antwoord van een teamleider van een wijkteam op de vraag of ze vond dat ze in haar nieuwe team met de juiste dingen bezig was. Het antwoord kwam met een lach, maar toch. Volgens mij is dat geen wenselijke uitspraak. Zeker nu we weten dat 86% van de gemeenten met wijkteams werkt.' Lees nu de eerste blog van Caroline Vos.

Note to self; vanaf nu moet het anders
Ga er maar eens aan staan. Zo loop je het kantoor van je moederorganisatie binnen. Een dag later kom je vrijwel niet meer in dat kantoor omdat je werkplek in de wijk is. Een werkplek die je deelt samen met je nieuwe teamgenoten. Ook de werkwijze ziet er anders uit. Je specialisatie komt op plek twee. Want vanaf nu pak je de cliëntvragen op vanuit een generalistische aanpak.

In vijf regels tekst lees ik drie vraagstukken. Ik vertel je kort welke.

Vraagstuk 1 is die van loyaliteit. Je werkt vanuit de moederorganisatie in een wijk met teamgenoten die allen ook vanuit een moederorganisatie zijn gekomen. Je ontvangt cliëntvragen die je normaal niet in je pakket zou hebben en je hebt ook simpelweg verplichtingen en zorg voor jezelf als persoon. Aan wie zou je het meest loyaal moeten zijn? Voor wie kies je als de druk op je agenda proportioneel toeneemt? Kies je voor je moederorganisatie, de cliënt of jezelf?

Een tweede vraagstuk zit in het woord team. In de Dikke van Dale wordt een team omschreven als “een groep samenwerkende personen”. Bij mijn weten is een team niet automatisch een team, maar in het geval van sociale wijkteams ligt de directe uitdaging om dit wel te worden. De cliënten staan immers voor de deur. Hoe word je een (h)echt team?

Ten slotte is een derde vraagstuk die van authenticiteit. In hoeverre wordt je specialisatie binnen een wijkteam benut? In hoeverre worden er zaken van je gevraagd waarvoor je of niet opgeleid bent of eenvoudigweg geen ervaring mee hebt? In hoeverre kun je jezelf zijn op je werk?

Antwoord op de vraagstukken
Ik ga je nu teleurstellen, maar daarna maak ik het hopelijk weer goed. Het antwoord op de vraagstukken ga je nu namelijk niet lezen. Ik wilde dat ik hét antwoord had. Uit het rapport van Movisie blijkt echter dat er geen blauwdruk van het sociale wijkteam bestaat. Daarmee bestaat er in mijn ogen ook geen blauwdruk antwoord.

Hopelijk kan ik het met mijn overtuiging daarentegen wel een beetje goed maken. Hét antwoord bestaat niet, sleutels tot succes wel. Die zit wat mij betreft in de onderlinge verbinding. Een verbinding die we niet aan de oppervlakte kunnen zien of beet pakken. Maar een verbinding op waarden, op dat wat je drijft om dag in dag uit naar je werk te gaan. Een verbinding die draait om zo veel als mogelijk je zelf, authentiek, te kunnen zijn op je werk.

Ik heb eens wat rond gevraagd over waar wijkteams momenteel in hun werken bij ondersteund worden. Wat mij opvalt, is dat er lang niet altijd ruimte gemaakt is om de teams een (h)echt team te laten worden. Daar waar wel ruimte is, gaat dit op aan bijvoorbeeld uitleg over de veranderingen die de transitie brengt.

Mijn onderzoek betrof een steekproef, het is dus zeker niet valide. Maar als dit een indicatie is voor hoe teams momenteel ondersteund worden in hun proces, dan roep ik “schiet mij maar lek”.

Onzichtbare fundering
Ik vind dat organisaties het lef moeten hebben om te investeren in de “onzichtbare fundering” van de mens. Wat drijft hen om dit werk te doen? Wat is voor hen echt belangrijk? Wanneer word je echt geraakt en wat zegt dat? Als de fundering klopt, voor ieder op zich en samen gedeeld, dan is er in mijn ogen sprake van echte verbinding. Vanuit die verbinding kan vervolgens gekeken worden welke vaardigheidstrainingen nodig zijn om het team te laten uitblinken.

Bij de teams waar ruimte gecreëerd is om te investeren in hun ontwikkeling, heb ik nu de indruk dat men aan de slag gaat met vaardigheden en onbewust voorbij gaat aan de onderlinge verbinding. In mijn ogen leren de mensen dan een kunstje. En zijn kunstjes niet van korte duur?

Welke overweging voor welk wijkteam gaat werken, daar kan en wil ik niet over beslissen. Ik hoop in elk geval dat we niemand meer “lek hoeven te schieten” en dat ik binnenkort als antwoord krijg: “ja, we doen de juiste dingen en die doen we goed.”

 

Gerelateerd nieuws

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over het sociaal domein. Abonneer op onze gratis nieuwsbrief.

Abonneer

Van onze partners

E-Learning voor sociale wijkteams

→ Lees meer