blogs

Anti-immigranten sentiment beïnvloed door inkomenspositie en bestaansonzekerheid

02-11-2015

De toename van vluchtelingenstromen lijkt een sterke toename van het anti-immigrantensentiment te veroorzaken. Wat weten we over de achterliggende oorzaken van de negatieve houding tegenover nieuwkomers en immigranten?

Een al langer bekend inzicht is dat die houding negatiever is bij mensen met een slechtere inkomenspositie. De armeren en gedepriveerden zijn afhankelijk van precaire en slecht betaalde baantjes of van uitkeringen. Een bekende verklaring voor hun negatievere houding tegenover asielzoekers, immigranten en vluchtelingen houdt in dat zij de nieuwkomers zien als concurrenten op hun segment van de arbeidsmarkt. Of als een extra beslag op de pot met uitkeringen, waardoor er voor hen misschien wel minder overblijft.

Los van de vraag of die vrees gerechtvaardigd is, valt die negatieve houding te begrijpen als een rationele reactie op een bedreiging van bestaanszekerheid.

Maar hoe zit dat dan met het al evenzeer bekende gegeven dat die negatieve houding juist ook groter is bij de meer welvarenden? Dat is namelijk wat onderzoek laat zien: als je de mate waarin mensen afwijzend staan tegenover nieuwkomers afzet tegen hun inkomenspositie, dan zie je een V-curve ontstaan. Zowel de meer gedepriveerden als de meer bevoorrechten hebben een negatiever sentiment.

De onderzoekers laten op verschillende manieren, door middel van survey-, internet- en laboratoriumonderzoek, en in verschillende landen, zien dat het anti-immigrantensentiment ook hoger is bij de rijkeren en meer bevoorrechten.  Zo bleek bijvoorbeeld in Zwitserland dat de instemming met het voorstel om immigratie te beperken niet allen groter was in de kantons met de hoogste, maar ook in die met de laagste werkloosheid.

Hoe die negatievere houding van juist de rijkeren te verklaren? Uit dit onderzoek valt op te maken dat die houding negatiever is in het geval dat de toekomstige rijkdom als onzekerder wordt beoordeeld. Dat lijkt er op te wijzen dat er zoiets meespeelt als de vrees voor maatschappelijke daling, die toeneemt als de comfortabele positie bedreigd wordt.

En dat doet weer vermoeden dat de mate van bestaansonzekerheid wel eens de achterliggende factor zou kunnen zijn. Want het blijkt ook dat een toename van ongelijkheid over de hele linie de negatieve houding tegenover nieuwkomers aanwakkert. Als de ongelijkheid toeneemt, dan zijn het niet alleen de armeren en de rijkeren, maar ook de middengroepen, die afwijzender staan tegenover immigranten.

Want we weten dat maatschappelijke ongelijkheid de statuscompetitie en de vrees voor statusverlies aanwakkert. Iedereen is dan meer bezig met zich omhoog te werken of met te vermijden een loser te zijn. En dat heeft een scala aan welbekende, negatieve gevolgen. Hoe groter de inkomensongelijkheid in een land, hoe slechter de gezondheid, hoe lager de levensverwachting, hoe slechter de onderwijsprestaties, hoe geringer het onderlinge vertrouwen, hoe meer geweld, hoe hoger de straffen, hoe groter de gevangenispopulatie en hoe lager de sociale mobiliteit. En nu dus ook: hoe negatiever het anti-immigrantensentiment.

Als de statusangst hoog is, dan is iedereen voortdurend op zijn hoede om op anderen indruk te maken, om beter en krachtiger over te komen dan je in werkelijkheid bent. Dat wordt een soort tweede natuur en kon wel eens leiden tot een toename van narcisme en zelfverheffing. Waardoor er natuurlijk voor mededogen met zwakkeren weinig plaats meer is.

Er komt kortom een patroon uit naar voren van bestaansonzekerheid als voedingsbodem voor vijandigheid tegenover nieuwkomers. En we zien gebeuren dat die vijandigheid  gemakkelijk overgaat in fysiek geweld tegen onderkomens van vluchtelingen, tegen die vluchtelingen zelf en tegen anderen die vluchtelingen goedgezind zijn.

Eerdere blogs van Henk de Vos