blogs

Sportvereniging; de spil in een gezonde, vitale wijk?

19-06-2017

Hans Arends

De sportvereniging is niet het ‘flesje waarin de Haarlemmer wonderolie’ zit! De sportvereniging kan echter wel van grote waarde zijn in de wijk en een bijdrage leveren aan de uitdagingen waar gemeenten vanuit de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg, de Wmo en de participatiewet voor staan.

Natuurlijk zijn er meer mogelijkheden om sport te benutten in het sociaal domein en beperkt dit zich niet alleen tot de sportvereniging. Ook andere sportaanbieders - zoals fitnesscentra en zorg- en welzijnsorganisaties - bieden sport- en beweegactiviteiten aan. En steeds meer mensen sporten en bewegen individueel of met vrienden in groepsverband, in een binnen- of buitensportaccommodatie, of gewoon op de openbare weg, in het park of in het bos. Dus een beweegvriendelijke omgeving is ook een belangrijk element bij het stimuleren van een gezonde actieve leefstijl. Hierover misschien meer in een volgend blog, maar dit keer dus de focus op de sportvereniging.

Sporten in verenigingsband kan emotionele, sociale en persoonlijke waarden beïnvloeden. (Bailey et. al 2013). Uit studies blijkt bijvoorbeeld dat sportende jongeren beter scoren op cognitieve vaardigheden (zoals zelfregulatie) en sociale vaardigheden (zoals samenwerken). Dit kan de kans verkleinen dat jongeren ontsporen en in aanraking komen met de jeugdzorg. Het lidmaatschap van een sportvereniging, gecombineerd met het juiste pedagogische klimaat, is dus een interessante optie voor de jeugdzorg. Gebeurt dat al in de praktijk? Ja, op beperkte schaal. Bijvoorbeeld in Rotterdam waar de deelgemeente IJsselmonde, Rotterdam Sportsupport en drie Rotterdamse sportverenigingen samenwerken en pedagogische ondersteuning mogelijk maken.

Ook lijken de juiste sport- en beweegprogramma’s effect te hebben op communicatievaardigheden, het nemen van besluiten, probleemoplossend vermogen, verantwoordelijkheid, inlevingsvermogen en veerkracht. Begeleiding door goede coaches en een geschikte sociale omgeving waarin de bewegingsactiviteit plaatsvindt, zijn daarbij belangrijke randvoorwaarden. De relatie met arbeidsre-integratie en participatie is dan snel gelegd en ondertussen zijn er voorbeelden waar dit in samenwerking met sportverenigingen in de praktijk wordt gebracht. Zoals bij Multisportvereniging Avantie Wilskracht in Enschede, waar 25 leerwerkplekken zijn gecreëerd voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. De deelnemers kiezen uit verschillende werkzaamheden om werkervaring op te doen en dagritme op te bouwen. Doordat de deelnemers in groepsverband bij een sportcluster werken, trekken ze zich aan elkaar op.

En dan de verbinding die we kunnen leggen tussen sport en bewegen en de uitdagingen voor de Wmo. Uit het eerder gememoreerde onderzoek van Bailey komt ook naar voren dat door sporten sociale vaardigheden ontwikkeld kunnen worden. Vaardigheden om vrienden te maken en daarmee je sociale netwerk uit te breiden. Dat kan maatschappelijke uitsluiting tegengaan. Ook hier een voorbeeld uit de praktijk; ‘Sportcarrousel De Haamen’ in Beek (Limburg). Zorginstellingen, verenigingen en de gemeente hebben de handen ineengeslagen voor een sportaanbod waar iedereen van profiteert. Méédoen staat centraal; meedoen met sport én meehelpen om dit georganiseerd te krijgen.

Ik begon mijn blog met de vraag ‘hoe concreet invulling te geven aan de rol van de sportvereniging in de gezonde vitale wijk’. Voorbeelden uit de praktijk en ‘evidence’ vanuit de wetenschap laten zien dat het de moeite waard is om de rol van sportverenigingen in de gezonde vitale wijk te verkennen. Het is dus nog geen gemeengoed. Want veel gehoorde vragen zijn; ‘heeft de sportvereniging wel de kwaliteit in huis?’ en ‘is de kwaliteit bij de sportvereniging wel geborgd?’. Of ‘we hebben het al druk genoeg met het organiseren van de trainingen en wedstrijden en nu wil men ook nog dat we een maatschappelijke rol vervullen, dat doen we toch al?’. Dat kan allemaal waar zijn, maar ‘soms kun je een probleem het beste oplossen door er geen probleem meer van te maken’ (www.omdenken.nl).

5 Tips

Dus……… aan de slag en denk groots, maar begin klein. Daarbij ter afsluiting enkele tips:

  1. Zoek in de samenwerking naar partners met dezelfde passie voor het onderwerp en de doelgroep.
  2. Maak belangen bespreekbaar. Eigen belangen zijn niet ‘vies’, ze zijn juist nodig voor betrokkenheid en motivatie.
  3. Investeer in een duurzame relatie. Samenwerken vraagt om vertrouwen.
  4. ‘Schoenmaker blijf bij je leest’. Een sportbegeleider is geen therapeut of zorgprofessional en vice versa.
  5. Maak successen en resultaten zichtbaar en vier ze.

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over het sociaal domein. Abonneer op onze gratis nieuwsbrief.

Interessegebieden

* Verplicht veld